Weblog

Ik en het web - gedrag

10.30.2007 | Communicatie, Denken, Informatie, Interactie, Kinderen, Leren, Weblog in de klas, weblog

Dat is de de titel van de aflevering van Tegenlicht die gisteravond op TV is uitgezonden. Zelf heb ik hem vanmiddag even online bekeken. De documentaire valt voor mijn gevoel uiteen in twee delen. Het eerste gaat vooral over het online gedrag van jongeren, ouders een leraren. Het tweede over identiteitsvorming. Hier ga ik alleen in op het gedeelte over gedrag.

“Waarom maken ouders zich nou niet bezorgd als hun kind uren achtereen in een boekje zit te lezen? [...] dat hun kinderen op het strand uren achtereen met een schepje in het zand en het water zitten te spelen?”

Voor jongeren is het internet vooral een manier om te communiceren. Dit was mij al eerder opgevallen. Tijdens een interviewsessie met een Havo 5-klas van het project ‘Weblog in de klas’ gebruikten de leerlingen MSN wel (hoewel ook nog maar relatief weinig). Andere middelen werden op dat moment nog niet gebruikt (let wel, het interview was twee jaar geleden). Ook de leden van mijn schermvereniging hoor ik vooral over MSN. Mijn nichtje van 9 vind het prachtig om af te spreken in Habbo-hotel om te chatten, in plaats dat via Google Talk te doen.

Over de overgang van een analoge naar een digitale samenleving:
“Het brengt enorme verandering teweeg voor de manier waarop we met elkaar communiceren, de manier waarop arbeidsprocessen verlopen, ook productieprocessen verlopen.”

Er is sprake van een kloof tussen jongeren en ouderen. Volgens mij komt in de documentaire naar voren dat dit vooral een gevolg is van een kennisachterstand van volwassenen. Ouders geven toe dat ze eigenlijk niet weten wat hun kinderen online doen. Sommige kinderen mogen zich terugtrekken op hun kamer, zonder toezicht van de ouders, en kunnen doen en laten wat ze willen.

“Ik ben bang dat we al zo verschrikkelijk bang zijn van alles wat nieuw is.”

De kennisachterstand van ouders heeft ertoe geleid dat hun kinderen niet weten waar de grenzen van het toelaatbare liggen. Juist in een leeftijdsgroep die van nature grenzen verkent en vooral ook verlegt, worden op het gebied van internet de teugels helemaal losgelaten. Een ouder geeft zelfs toe dat ze nooit grenzen hebben gesteld aan het aantal uren dat er gebruik gemaakt mag worden van de computer. En nu is het te laat om die grenzen alsnog te stellen. De teugels laten vieren heeft als gevolg dat jongeren geen grenzen hebben aan het taalgebruik online. MSN wordt geregeld ingezet om anderen te pesten, isoleren, intimideren en zelfs tot sexuele handelingen aan te zetten. Vooral dat laatste is met regelmaat in de media aan bod geweest. Jongeren hebben geen online coaches die ze helpen bij het vormgeven van hun gedrag online. Ze bepalen vooral onderling wat normaal en acceptabel is, zonder daarbij af en toe terug te worden gefloten door mensen met meer (levens)ervaring.

“Hebt u ook ouders gehad die zeiden dat u geen strips mocht lezen? Ja? Ik ook.”

Voor kinderen die moeite hebben met contacten leggen, face-to-face, biedt internet een deur naar een andere wereld. Als voorbeeld in de documentaire vertelt een meisje hoe zij samenwerkt met anderen aan Manga-strips. Ze heeft ADD en PDD-NOS en haar klasgenoten snappen dat niet. Communiceren is niet haar sterkste kant, vooral het onderhouden van vriendschappen vind ze moeilijk. Online vond ze haar weg naar andere Manga-liefhebbers. Haar ouders zijn trots op haar. Ze gebruikt veel Engels. Dat moet wel, anders kan ze niet praten via internet.

“Natuurlijk knippen en plakken kinderen van het internet. Dat doe ik ook. Dat heet in de wetenschap op elkaars schouders gaan staan. En dat doen kinderen dus. Als je maar verwijst naar waar je de mosterd gehaald hebt, dan is het toch goed?”

Waarom zijn we (als volwassenen) eigenlijk zo begaan met het online gedrag van kinderen? Los van de excessen die eruit voortkomen? Volgens mij vatten de volgende uitspraken het wel aardig samen.

“Als wij naar een kennisintensieve samenleving willen, dan zijn de vaardigheden die kinderen opdoen in het communiceren op het internet en het spelen van multi-player online games gevraagd door het bedrijfsleven.”

“Hoe kun je een kennisintensieve economie worden als mensen niet gewend zijn aan het verwerken van een heleboel informatie?”

Kinderen lijken het van nature al te kunnen, omgaan met een heleboel informatie. Er is echter een grote groep mensen die ook nog jaren in het arbeidsproces meedraaien en voor wie het allemaal geen eerste natuur is. De vraag die ik stel: Wat kunnen wij leren van deze kinderen, zodat wij (volwassenen) van het Web een tweede natuur kunnen maken?

(Alle quotes: prof. Wim Veen)


Responses

Joitske
11.15.2007

He, leuk! Ik heb het niet gezien de documentaire, maar vind het erg herkenbaar en ben het helemaal met de uitspraken eens. Ik verbaas mij altijd over de gesprekken van andere ouders, die bijna bang zijn voor internet/chatten/msn door hun kinderen. Het gaat alleen maar over afremmen. Ik laat af en toe aan mijn kinderen zien hoe je makkelijk iets op internet kunt zetten, of kijk samen sinterklaasjournaal.nl

Ik geloof dat je nederlandse blog actiever is?

Comments