Zaterdagochtend is meestal mijn “op de bank hangen en naar kinder-TV kijken”-ochtend. Moe van de werkweek en een hele avond drukke kinderen iets over schermen leren maakt dat ik verlang naar simpel vermaak. Naar gelang het aanbod kijk ik naar Zapp of CBBC. Een van de dingen die me telkens weer verbaast is de taalvaardigheid van de Britse kinderen. Een voorbeeld: als er een Brits kind via de telefoon in een uitzending komt, dan vinden er hele gesprekken plaats met de presentatoren, worden er soms grapjes gemaakt. Belt een Nederlands kind op naar een live-uitzending, dan zijn ze meestal onzeker, komt er met moeite een aantal woorden uit en zijn volzinnen al helemaal niet aan de orde. Ã’f de BBC is heel selectief in welke kinderen mee mogen doen, òf het Britse onderwijs heeft meer aandacht voor taal. Ik denk het laatste.
Deze week is de cursus over Connectivisme van George Siemens en Stephen Downes begonnen. Tijdens de workshop gister vroegen een aantal deelnemers naar een link naar de cursus. Bij deze.
Het is een online cursus waar je kostenloos aan kunt deelnemen. Er vindt een gedistribueerde conversatie plaats over het onderwerp. Ik heb begrepen dat er aan het begin van de week 1900 mensen zich aangemeld hebben voor de cursus. Niet iedereen zal even actief participeren, maar ik kijk uit naar de veelheid aan gesprekken die ontstaan: in het discussieforum, in de Google groep en vooral ook in de persoonlijke blogs. Niet alleen de inhoud van de cursus vind ik interessant. De vorm van de cursus is minstens zo boeiend. Ik kan alleen maar aanraden om je aan te melden in de wiki en het over je heen te laten komen.
Belangrijkste boodschap: het is niet de bedoeling dat je alle literatuur leest en alle discussies volgt. Pik eruit wat jij interessant vindt, waar jij tijd voor hebt. Door dan in discussie te gaan met anderen, die weer andere dingen lezen en volgen, bouw je mee aan ‘Connective Knowledge’.
Ton en ik hebben vorige week vrijdag een workshop gegeven op de Hogeschool Rotterdam. De uitdaging was aan ons om docenten van HR kennis te laten maken met De Nieuwe Student. Om er achter te komen wie dan De Nieuwe Student is, hebben we een dag lang de groep van 15 docenten ondergedompeld in een wereld waar het ‘alles-delen-met-je-netwerk’-principe centraal staat. Door zelf te voelen wat het betekent een netwerk van mensen om je heen te hebben waarlangs je informatie vindt en andere mensen ontmoet, kun je beter aan je collega’s uitleggen waar je aansluiting met De Nieuwe Student krijgt.

Ton legt elders goed uit hoe de workshop inhoudelijk in elkaar zat, dat ga ik hier nu niet herhalen. De sheets die we hebben gebruikt staan hieronder. Rest mij slechts te zeggen dat we allebei en inspirerende dag hebben gehad, met dank aan de enthousiaste medewerking én de kritische vragen van de deelnemers. Zo zou werken eigenlijk elke dag moeten voelen.
Gisteren op Volkskrant.nl: jongeren willen meer internetles. Het is de conclusie van een onderzoek uitgevoerd voor stichting Mijn Kind Online. Vooral vaardigheden als het maken van een website of het maken van video en dat online zetten worden niet of nauwelijks onderwezen.
De Volkskrant had over het onderwerp ook een peiling online staan. “Moet het internetonderwijs worden uitgebreid?” Ik ben niet verbaasd over de reacties van sommigen. Die hadden de strekking dat de ‘gewone vakken’ eerst maar eens fatsoenlijk gegeven moeten worden. Het gebruik van internet leren ze thuis wel. Volgens mij lijken deze reacties op het commentaar van ouders toen hun kinderen voor het eerst computerles kregen op school (met de nadruk op Word leren gebruiken voor de scripties).
Ik interpreteer uit de resultaten van het onderzoek vooral dat jongeren mediales willen hebben. Hoe maak je een website? Welk lettertype kun je daarvoor het beste gebruiken? Wat is een stylesheet? Wat zijn de technieken voor het maken van een goede video-opname? Hoe schrijf je een scenario? Wat is een wit-balans?
Jongeren hebben allemaal en elke dag een krachtige machine in hun broekzak. Communiceren, foto’s maken, videootje opnemen en direct delen. Volgens mij kunnen docenten een hoop creativiteit los maken als ze hun leerlingen de vaardigheden bijbrengen die hen in staat stelt om beter te communiceren in beeld, tekst en geluid.
Ik zie voor scholen en docenten een uitdaging!
Het viel me op toen ik een boek ‘The Adult Learner’ begon te lezen, tijdens de verslaglegging in de krant van de resultaten van commissie Dijsselbloem, en gisteren terwijl ik door de recente berichten van de site van BON (beter onderwijs nederland) bladerde.
De taal die gebruikt wordt vind ik allemaal zo abstract en afstandelijk. Neem alleen het woord onderwijs. Als ik er goed over na denk, dan zegt het woord me helemaal niets. Ik krijg van het woord zelf geen gevoel, hooguit bij de associaties die ik bij het woord heb (school, leren, leerlingen, leraren).
Ik kan me goed voorstellen dat in de gesprekken die nu door de commissie Dijsselbloem worden gevoerd er vooral over hele abstracte onderwerpen wordt gesproken. Politiek is ook juist bedoeld voor de abstractie, maar daarbuiten mis ik vooral het menselijke gezicht. Voor mijn gevoel klinkt nergens in de discussie over ‘het onderwijs’ (wat dat ook moge zijn, er zoveel in dat wordt omsloten dat we over het ‘het onderwijs’ volgens mij geen zinnig woord kunnen zeggen) het kind door dat wil leren lezen, of de student die graag wil leren hoe hij een goede presentatie geeft, of de volwassene die zich verder wil ontwikkelen om een goede manager te worden.
Ik mis het menselijke in het debat over een onderwerp dat meer mensen aangaat dan welk ander onderwerp dan ook.